dinsdag 27 oktober 2009

Medelanders

Je pikt ze er ook overal tussenuit, die Hollanders. Je hebt het vast zelf wel eens meegemaakt als je op vakantie bent. Je loopt lekker een ruïnetje te bekijken in het oude Mesopatamië, te shoppen ergens in een Italiaanse winkelstraat, of je zit lekker aan de paella aan de boulevard aan weet ik veel welke Costa en daar heb je ze. De alomtegenwoordige Hollanders. Ze zijn meestal luidruchtig en druk. Brutaal en direct. Dat laatste wordt door veel niet-Nederlanders meer als onbeschoft omschreven, maar dat laat ik even in het midden. Ik ben tenslotte zelf ook een 'directe' Nederlander. Maar ook als ze niks zeggen, herken ik ze nog. Ik weet niet wat het is, maar we hebben allemaal van die gezonde, kaasachtige hoofden, denk ik.
Nu moeten er in Engeland zo'n 100K Nederlanders zitten. (Ik kan het mis hebben hoor.)En aangezien we niet zo van kliekjes houden als zeg maar de Kiwi's en de Ozzies hier, kom ik ze niet zo heel vaak tegen. Waar ze zich verborgen houden, weet ik niet, maar af en toe komt er eens eentje tevoorschijn. Zo fietste ik laatst met een collega door de stromende regen naar huis. We werden ingehaald door een mede-fietser. Ik zei tegen m'n collega: Wedden dat dat een Nederlander is? 'Hoezo dat dan?' vroeg ie. Het is jammer dat ik er geen geld op had gezet, want ik had een weddenschap zeker te weten gewonnen. Niet alleen reed ie op een Gazelle-fiets, maar hij slalomde behendig tussen het verkeer door. De ene hand aan het stuur en in de andere had een paraplu. Dat zie je alleen maar in Amsterdam. En dus een enkele keer ook in Londen.

zaterdag 17 oktober 2009

Foutje

Nederlanders denken al snel dat ze vloeiend Engels kunnen spreken, omdat ze nou toevallig elke week CSI of 24 kijken en een 8 hadden voor hun mondeling op de middelbare school. (Ik heb het hier eigenlijk wel een beetje over mezelf.) Toen ik in Londen kwam wonen, was ik er ook heftig van overtuigd dat ik alles allemaal zo geregeld zou hebben. Eitje, dacht ik. Niet dus. Het begon al toen ik op Heathrow aankwam. In rasecht Cockney, begon de taxichaufeur tegen me aan te praten.Ik bleef maar vriendelijk lachen en heftig 'ja' knikken, maar ik verstond er werkelijk geen bal van. Ik ben uiteindelijk toch goed op de plaats van bestemming aangekomen. Ook zei ik het begin heel foute dingen. Zo vertelde ik doodleuk aan een paar collega's hoe de poes van de buren me altijd lief pijpt, terwijl ik toch echt bedoelde dat ie me altijd kopjes geeft. Ook heb ik vrienden gevraagd om een bakje waar ik m'n 'ass' in kon doen. Maar de ergste taalblunder, maakte ik een keer tijdens een klantenvergadering, toen ik uit wou leggen waarom ik zo moeilijk liep, zei ik:'I went to the gym last night and my personal trainer worked me so hard that my fanny hurts.' M'n baas liep rood aan en m'n collegaatje proestte haar chai latte over tafel. De klant, toch al zo'n glad type, bleef me tijdens de bespreking met een brede grijns aankijken en drukte na afloop z'n visitekaartje in m'n hand en fluisterde (hijgend) in m'n oor dat ie erg uitkeek naar de volgende bespreking. Wat had ik nou weer verkeerd gezegd? Toen ik het verhaal aan een vriendin vertelde, kwam die niet meer bij van het lachen. Fanny mag dan achterwerk betekenen in Amerika. Hier slaat het toch echt op een ander deel van het vrouwelijke lichaam.

donderdag 15 oktober 2009

naakstrand

Misschien ben ik een beetje preuts, maar naaktstranden zijn niet echt mijn ding. Misschien is het omdat ik nog steeds niet helemaal hersteld ben van mijn traumatische vakantieervaring 30 jaar geleden in wat toen nog Joegoslavië was. Ik was 11 jaar oud en mijn ouders (twee zeer enthousiaste naaktstrandbezoekers) kwamen met het briljante idee om mij en mijn broertje mee te nemen naar een naaktcamping in Istrië. We maakten eerst een verkenningsritje over de camping om te zien of we het er wel leuk vonden of niet. Ik kan me nog levendig herinneren wat ik die dag allemaal zag vanaf de achterbank van onze Peugeot. Ik zag een paar mensen die aan het tennissen waren en alleen maar een paar gympen en zweetbandjes aan hadden. Terwijl ze fanatiek de hoge ballen probeerden te raken, schudden de piemels en borsten heftig op en neer. Ik zag twee meisjes van mijn leeftijd die in hun nakie met blote Barbies aan het spelen waren. Naast hun tent zat er een hele naakte familie rond de BBQ worstjes en hotdogs te grillen. Het was allemaal een beetje te veel bloot voor mij en mijn kleine broertje. We zaten met z’n tweeën keihard te schreeuwen dat we onze tent absoluut niet op die vreselijke camping wilden opzetten. Dus het enige wat er voor mijn vader en moeder nog opzat, was naar de volgende camping te rijden waar het dragen van kleding verplicht was.


Inmiddels zijn mijn broer en ik het huis uit, maar mijn ouders gaan nog steeds graag naar naaktstranden. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik ze een keer wat ze er nou zo leuk aan vonden. Mijn vader zei dat het hem helemaal niks kon schelen wie er allemaal nog meer op die stranden lag en dat hij gewoon niet hield van natte zwembroeken, want daar gaan z’n billen van jeuken. Mijn moeder was het daar helemaal mee eens en zei dat zij het om dezelfde reden deed. Volgens mij doet ze het eigenlijk meer om exhibitionistische redenen, maar goed, ze ziet er dan ook geweldig uit. En ze is niet de enige. Laatst zag ik een enquête in een tijdschrift over nudisten en er is kennelijk een groot aantal mensen dat naar naaktstranden gaat om te zien en gezien te worden. Het enige nadeel is dat de meeste mensen er nou niet bepaald uitzien als Brad Pitt en Angelina Jolie. Ik ben er daarom ook van overtuigd dat het badpak niet voor niks is uitgevonden en dat de meeste mensen er nu eenmaal beter uitzien met kleren aan. Na die traumatische ervaring in Joegoslavië, ben ik misschien een keer of twee naar een naaktstrand geweest met m’n ouders. Zij het met tegenzin en in bikini. Topje en broekje. Want ik vind nou eenmaal dat je iets aan de verbeelding moet overlaten, ook al heb je een lichaam als Elle McPherson.

Read this blog in English Nude Beaches on abeachholiday.com

Surfweekend

Een vriendin vroeg me laatst of ik mee wou gaan surfen in Wales. 'Leuk', zei ik. 'Ik kan wel een beetje surfen.' Ik was een paar jaar geleden een weekje op vakantie in Hawaï en heb daar heel actief een paar surflessen genomen. Het feit dat de surfinstructeur er nogal appetijtelijk uitzag, had daar natuurlijk helemaal niks mee te maken. Na een week stond ik al heel professioneel op m'n plank en voelde ik me net Lori Petty in de film Point Break. Ik kon er maar geen genoeg van krijgen. Dat weekendje surfen in Wales zou voor mij dus een eitje zijn en ik zou iedereen wel eens laten zien hoe het moest. Drie dagen later reden we met een man of 16 richting het strand op het Gower-schiereiland in Wales. Toen ik in een regenachtig Rhosilli uit de auto stapte en werd ik getrakteerd op een adembenemend, woest uitzicht. Vanaf de metershoge, ruige klifrand keek ik uit over een oneindig brede baai die zich beneden mij uitstrekte. Een ruig begroeid duinlandschap liep uit op een met keien bezaaid zandstrand waar een eenzame wandelaar met een hond stoeide. Een paar surfers bewoog zich behendig voort over de witte koppen van de golven.

De volgende ochtend na het ontbijt begaven we ons met de plank onder de arm richting strand. Vol enthousiasme rende ik de zee in, sprong op m'n plank en begon heftig te peddelen. Al snel bleek dat de golven in Wales een stuk hoger waren dan die in Hawaii. Ik ging een paar keer goed door de centrifuge, kreeg een flinke optater van iemands surfplank en werd zowat gewurgd door de kabel. Alsof dat niet erg genoeg was, had ik het zo koud dat m'n lippen knalblauw waren en m'n kaken pijn deden van het klappertanden. Ik was dan ook de eerste die een paar uurtjes later in de strandtent aan de warme chocomel zat. Met frisse tegenzin liep ik na de lunch weer met m'n plank onder m'n arm richting de kolkende oceaan. Ik wilde natuurlijk geen mietje lijken, maar het was wederom surfhel. M'n handen zaten onder de bloedblaren, m'n ribben deden pijn en m'n ogen prikten van het zoute water. Heftig teleurgesteld en onder de blauwe plekken, kroop ik 's avonds in bed en besloot om nooit meer een surfplank aan te raken.
De volgende ochtend scheen er een bleek zonnetje en besloot ik toch nog een poging te wagen. En waarachtig, na een paar uur lukte het me dan toch op m'n plank te blijven staan en was ik de pijn en de kou helemaal vergeten. Het klinkt misschien niet zo exotisch als surfen in Australië of Hawaï, maar achteraf gezien was Rhosilli is nog niet zo'n gekke plek om te surfen.

Read this blog in English Surfing in Wales on abeachholiday.com